Thuiskomen

door | Onderricht

Er was eens …
Op een avond wandelde ik door de tuin. Plots zag ik Bijou. Bijou rende (voor zover een slak dan al kan rennen) als een gek en ook zichtbaar in paniek in het rond. ‘Wat is er?’, vroeg ik een tikkeltje bezorgd. ‘Ja’, vertelde Bijou, hijgend van het rennen: ‘Ik heb een hele dag van je sla gegeten’ (Wat??? Jij dus?!) ‘en nu het avond is wil ik naar huis gaan. Alleen: ik vind mijn huis niet’. Bijou is een huisjesslak en toen ik hem daar zo vanuit mijn vogelperspectief zag zitten compleet mét huisje op z’n rug, klonk zijn probleem eerder als een grap en nogal lachwekkend. Maar Bijou was duidelijk in paniek en zou een grapje over zijn probleem beslist niet kunnen smaken. En dus kon ik hem alleen vol mededogen en zonder hem in verlegenheid te brengen, zeggen (wijzend naar zijn huisje): ‘Psst, Bijou, misschien moet je dáár eens kijken?’ Bijou klaarde meteen op: ‘Goh, bedankt’, antwoordde hij. ‘Natuurlijk is mijn huis daar, ik draag het altijd bij me. Hoe kan ik dát nu vergeten’. ‘Gegroet’, riep hij nog, terwijl hij zich dolblij in zijn huisje terugtrok. Ik vervolgde mijn wandeling en moest eigenlijk wel glimlachen om dit hele gebeuren. ‘Domme Bijou’, dacht ik nog. ‘Hoe kan je nu je huis kwijt zijn terwijl je het bij je draagt’. Maar hé, wacht eens even, realiseerde ik me plots: doen we als mensen eigenlijk niet precies hetzelfde? Rennen we niet allemaal een beetje als gekken heen en weer op zoek naar … jawel: ‘thuis’.

Maar voor we verder gaan: wat is ‘thuis’ eigenlijk? ‘Thuis’ is een begrip met vele vormen en lagen. Dat zien we al meteen wanneer we het over een fysieke thuis hebben. Wanneer je een ruimtereiziger bent, beschouw je misschien de aarde als ‘thuis’. Ben je op reis (ver of dichtbij) is misschien je eigen landje, stad, dorp of simpelweg nog maar het idee om te kunnen slapen in je eigen bed ‘thuis’. En zelfs al bevinden we ons in ons eigen huis dan is misschien je favoriete kamer of zetel ‘thuis’. En misschien voel je je pas echt ‘thuis’ in die zetel, opgerold in een dekentje, met een tas thee en je favoriete boek. ‘Thuis’ is voor iedereen iets anders en kan ook afhankelijk van het moment totaal iets anders betekenen. Wat is ‘thuis’ dan eigenlijk? ‘Thuis’ heeft te maken met de ervaring van geborgenheid, veiligheid, bescherming, vertrouwdheid, rust, tevredenheid … Wanneer we het begrip ‘thuis’ bekijken als een kwaliteit zien we dat onze persoonlijke ervaring van ‘thuis’ ook niet zoveel anders is dan die van iemand anders. Want zijn veiligheid, geborgenheid, rust, bescherming en tevredenheid niet stuk voor stuk diepmenselijke ervaringen waar we allemaal voortdurend naar op zoek zijn? En dan rijst de vraag: waar zoeken we?

Het antwoord is heel simpel: ‘Home is where the heart is’ (Thuis is daar waar je hart is). Dit is zeker geen onbekend gezegde. En waar is je fysieke hart? … ja vanbinnen. Dus waar is geborgenheid, rust, tevredenheid, …. ? In jezelf. Da’s duidelijk dus … of toch ook weer niet. Kijk, het leven is altijd heel duidelijk, het windt nergens doekjes om, het verwijst zonder veel poespas. Maar met ons hoofd zijn we blijkbaar te verstandig om zulke eenvoud nog maar te willen zien, laat staan te geloven. Blijkbaar vertalen we ‘het hart’ liever in meer romantische termen als ‘graag zien’, ‘graag doen’ en ‘graag hebben’.

Dat is de reden waarom we op zoek gaan naar veiligheid, bescherming, vertrouwen, rust en geborgenheid buiten onszelf. We zoeken deze kwaliteiten in relaties, activiteiten en ja, ook in materiële spullen. Maar iedereen merkt vroeg of laat wel dat het leven wat dat betreft ook niet echt meewerkt: Mensen waarvan we houden, houden misschien niet van ons op de manier waarop wij dat het liefst willen. Je droomjob is na 15 jaar toch wel wat een sleur. Twee weken na die superleuke en ontspannende vakantie voel je je toch niet helemaal zo ‘relaxed’ meer. En al die materiële spullen die we toch zo graag en absoluut wilden hebben, zijn wel leuk, handig en mooi maar veel garantie op tevredenheid moet je er ook niet meteen van verwachten. En het lijstje kan zo nog wel een poosje doorgaan. Kortom, we lopen allemaal op die manier voortdurend ‘blauwtjes’ in ons leven. En na een heleboel ‘blauwtjes’ te hebben opgelopen geraken deze ‘snoepjes’ zoals Joko Beck ze in ‘Alle Dagen Zen’ omschrijft ook een beetje uitgeput. We gaan na een poosje namelijk ook beseffen dat ‘graag zien’, ‘graag doen’ en ‘graag hebben’ toch niet meteen ‘hart’ en ‘thuis’ zijn.

Misschien komen we dan op een dag in een situatie, ontmoeten we een persoon of is er ‘iets’ dat zegt ‘Psst, misschien moet je dáár eens kijken?’ En misschien realiseren we ons dan plots dat waar we altijd zo gehaast en drukdoend naar op zoek zijn altijd al gewoon aanwezig is binnenin onszelf. We zijn het alleen vergeten. Net als Bijou …

Zoals er vele betekenissen en lagen zijn van ‘thuis’ zijn er ook veel betekenissen en lagen van ‘thuiskomen’. We kunnen er echter wel op vertrouwen dat ‘de weg om thuis te komen’ zich altijd manifesteert op de manier die het best op dat moment in ons leven bij ons past. Misschien is ‘thuiskomen’ meer tijd, ruimte nemen voor jezelf? Misschien is het het antwoord op de vraag ‘wie ben ik’ of ‘wat is het leven’? Of een van de vele andere vormen waarin ‘thuiskomen’ zich kan aandienen in ons leven?

Zentangle kan een ondersteuning zijn ‘op weg naar huis’, wat ‘thuiskomen’ ook voor je mag betekenen op dit moment. Deze kunstvorm beoefenen kan een bron van inspiratie zijn en ook een kleine herinnering om niet te vergeten waar ‘thuis’ is.